Luisteren naar je zenuwstelsel
Over de polyvagaaltheorie en wat we kunnen leren over veiligheid en verbinding
In mijn praktijk ontmoet ik dagelijks mensen die vastlopen in hun relaties, in zichzelf, of in beide. Ze beschrijven vaak hoe ze ineens “dichtklappen” in gesprekken, hoe hun hart op hol slaat, hoe hun lichaam bevriest terwijl ze zó graag zouden willen reageren. Anderen vertellen juist dat ze voortdurend alert zijn, klaar om te handelen, te pleasen of te vluchten. En bijna iedereen herkent dat knagende gevoel van: “Waarom reageer ik zo heftig, terwijl ik wéét dat het niet nodig is?”
Het antwoord ligt vaker dan we denken in ons lichaam. De polyvagaaltheorie van Stephen Porges geeft ons een nieuwe manier om te begrijpen wat er gebeurt op momenten dat we ons onveilig voelen – zelfs als er geen écht gevaar dreigt. Het gaat over hoe ons autonome zenuwstelsel bepaalt of we openstaan voor verbinding of ons terugtrekken in bescherming. En het raakt precies aan de thema’s die ik dagelijks tegenkom: hechting, autonomie, emotionele veiligheid.
De taal van ons zenuwstelsel
De polyvagaaltheorie beschrijft hoe ons lichaam voortdurend scant of we veilig zijn. Niet met ons hoofd, maar met ons zenuwstelsel. Porges noemt dat neuroceptie: een onbewust waarschuwingssysteem dat, nog vóór we nadenken, beslist hoe we reageren.
Dat systeem kent drie standen:
- Ventrale vagus – verbonden en aanwezig
Hier is er ruimte om te ademen, te luisteren, te voelen. We ervaren rust, creativiteit, nieuwsgierigheid. Het is de plek van verbinding – met onszelf én met anderen.
- Sympathische activatie – vechten of vluchten
Wanneer ons systeem gevaar vermoedt, schiet het in actie. We voelen spanning, worden alert, ons hartslag stijgt. We gaan in de verdediging of proberen te ontkomen.
- Dorsale vagus – bevriezen en afsluiten
Als de dreiging te groot wordt, schakelt het systeem juist uit. Alsof de stekker eruit gaat. Mensen beschrijven dit vaak als verdoofd zijn, jezelf niet meer voelen, of er “niet helemaal bij zijn”.
Wat ik in de praktijk zie, is dat mensen vaak vastlopen omdat hun systeem te lang in de tweede of derde stand blijft hangen. Niet omdat ze iets verkeerd doen, maar omdat hun zenuwstelsel in het verleden geleerd heeft dat veiligheid niet vanzelfsprekend is.
Herkennen wat je lichaam je vertelt
Dit besef kan een enorme opluchting zijn. Het maakt duidelijk dat heftige reacties vaak niet voortkomen uit “karakter” of “zwakte”, maar uit diep ingesleten beschermingsmechanismen.
Ik denk aan een stel dat onlangs bij me kwam. Ze zeiden: “We willen elkaar bereiken, maar het lijkt alsof we steeds langs elkaar heen praten.” Wanneer hij kritiek voelde, trok hij zich terug. Zij voelde dat als afwijzing en werd harder in haar woorden. Beiden raakten verstrikt in oude reflexen: zijn zenuwstelsel koos voor bevriezing, het hare voor aanval.
Toen we hun reacties gingen verkennen vanuit de polyvagaaltheorie, ontstond er ruimte voor zachtheid. Niet omdat de patronen direct verdwenen, maar omdat ze begrepen dat hun lichamen eigenlijk voor hen aan het zorgen waren. Dat inzicht alleen al maakte verschil.
“Je lijf weet wat je hoofd soms vergeet: veiligheid is een gevoel, geen gedachte.”

Veiligheid ontstaat samen
Wat ik zo waardevol vind in dit model, is het besef dat we veiligheid niet alleen kunnen maken. We hebben anderen nodig om ons zenuwstelsel te helpen kalmeren. Dat heet co‑regulatie. Het gebeurt in subtiele dingen: een warme blik, een rustige stem, iemand die echt luistert. Het zijn precies de momenten die ons systeem vertellen: “Het is oké. Je bent hier veilig.”
Dit zie ik elke dag in gesprekken. Soms verandert de energie in een ruimte zodra één iemand even ademt, vertraagt, en echt aanwezig is. Het is alsof het hele systeem – van beide partners, of van een gezin – meebeweegt richting verbinding.
Wat vraagt dit van ons?
De polyvagaaltheorie nodigt ons uit om op een andere manier te kijken naar onszelf en naar elkaar. Niet meer vanuit beheersen of corrigeren, maar vanuit begrijpen en herstellen.
Dat betekent:
- leren luisteren naar de signalen van je lichaam,
- nieuwsgierig zijn naar de beschermingsmechanismen die ooit nodig waren,
- en veiligheid stap voor stap opnieuw leren ervaren – in jezelf én samen met anderen.
Het gaat niet over “jezelf fixen”, maar over herkennen wat je systeem nodig heeft om weer open te kunnen staan.
Tot slot
We zijn, zoals Sue Johnson zo mooi zegt, wired to connect. Onze lichamen zijn gebouwd voor verbinding. Maar als we te vaak ervaren hebben dat nabijheid pijn kan doen, leren we onszelf af om open te staan. De polyvagaaltheorie helpt ons te begrijpen hoe dat werkt en, belangrijker nog, hoe we stap voor stap de weg terugvinden.
Misschien begint dat wel hier: stilstaan bij de vraag welke signalen jouw lichaam je geeft. Wanneer voel je je veilig? Wanneer trek je je terug? En wie helpt jou om tot rust te komen?
Het zijn kleine vragen met grote betekenis. Want elk antwoord brengt je dichter bij jezelf – en bij de mensen van wie je houdt.
