Hoe staat het met jouw autonomie?

Hoe staat het met jouw autonomie?

Op mijn 10de overleed mijn moeder. Vanaf dat moment moest ik het grotendeels zelf uitzoeken. Voor de duidelijkheid; ik had een liefdevolle vader en twee oudere broers. Mijn vader was echter getrouwd met zijn werk en mijn broers leefden hun leven als pubers. Zo goed als we in staat waren, poogden we nog een gezin te zijn. De sleutel ontbrak alleen.

Eigenlijk vond ik het vooral heel stoer om alles zelf te doen: zelf naar het ziekenhuis. Zelf boodschappen doen. Zelfs alles ten aanzien van school regelen. En alles waar het woord ‘zelf’ in zat, zat mij als gegoten. Je zou kunnen zeggen dat ik vroeg onafhankelijk was. Vroeg zelfstandig, vroeg wijs (soort van) en ja, ook vroeg opstandig. Ik was tenslotte onafhankelijk en had mijn eigen lot in handen. Dacht ik. O boy, wat had ik nog veel te leren!

Het duurde nog vele, vele jaren voordat ik me bewust was dat mijn onafhankelijkheid een keerzijde had. Met name in relaties. Ik was nu eenmaal op mijn best in mijn uppie. Voel je m? Ik vond het lastig om mijn zielenroerselen te delen. Was gewend om alles in mijn eentje te doorvoelen. Ik vond het ook lastig om, als ik iets wilde, dit te overleggen. Had al iets gepland voordat ik dacht; ‘o ja, wat vind mijn partner daar eigenlijk van?’ Niet bewust en zeker niet kwaadwillend. Het kwam simpelweg niet in mij op. Inmiddels veel geleerd en met een partner die van hetzelfde laken, een pak is. We zijn mild naar elkaar en daarin herinneren we elkaar.

Autonomie is dus wat anders dan onafhankelijk zijn. Terwijl ik geloofde dat ik niemand nodig had, tekende ik voor mijn eigen alleenheid. Ik verwarde het met de angst voor afhankelijkheid. In mijn boek RAAK in je relatie omschrijf ik het als volgt:

De boodschap over onafhankelijkheid zoals ik deze had opgepikt in mijn jonge jaren, was best eenzaam. Denken dat je alles zelf moet kunnen, is een leven van alleen voelen. En ook geloven dat je het in dit leven alleen moet doen. Het is vorm waarachter angst schuilt. Angst voor afhankelijkheid. Uiteindelijk hebben we elkaar nodig. Echt onafhankelijke mensen zijn zowel in staat om hun eigen benen te staan, hun eigen bonen te doppen én zich te verbinden met anderen.

Het verschil tussen onafhankelijkheid en autonomie

Je zou kunnen zeggen dat mijn onafhankelijkheid doorgeslagen autonomie was. Of andersom. Maar daarin zit het verschil: onafhankelijkheid is een vaardigheid die er voor zorgt dat we zelfstandig – alleen met onszelf – kunnen functioneren. Het is echter de onderlinge afhankelijkheid die ons borgt. Die ons gevoel koester en voedt dat we onderdeel zijn van het grotere geheel. Autonomie is een paradox: we moeten op eigen benen kunnen staan om ons emotioneel te verbinden.

De meeste mensen willen zowel intimiteit als onafhankelijkheid. Intimiteit en autonomie in al hun vormen: je ontwikkeling wordt gevormd door de mate waarin je in staat bent de dans te dansen tussen nabijheid en onafhankelijkheid. Tussen eigen en samen. Deze dans wordt weerspiegelt in hoe je de relaties met anderen ervaart. En hoe je de relaties met anderen ervaart, heeft invloed op hoe jij je verhoudt tot jezelf.

De dans om autonomie

Om bovenstaand concreet te maken, vond ik een schema wat goed uitdrukt hoe de dans tussen intimiteit c.q. je verbonden voelen en onafhankelijkheid, eruit ziet:

Hoog op Intimiteit en Hoog op Onafhankelijkheid Autonoom
Hoog op Intimiteit en Laag op Onafhankelijkheid Symbiotisch  
Laag op Intimiteit en Hoog op Onafhankelijkheid Geïsoleerd  
Laag op Intimiteit en Laag op Onafhankelijkheid Verloren/Gedissocieerd

Als je autonoom bent, zijn intimiteit en onafhankelijkheid geïntegreerd. Je voelt je zowel comfortabel in de nabijheid van de ander en tegelijkertijd ben je trouw aan jezelf. Je kunt er zijn voor de ander en terwijl je tegelijkertijd je eigen grenzen voelt en respecteert. Je bent samen en toch authentiek. De ik en de jij gaan gelijk op. Het wij-gevoel is sterk.

Onafhankelijkheid en intimiteit zijn de 2 kanten van de medaille die autonomie heet.

In de symbiotische relatie geef je de ik op om ruimte te maken voor de wij. Hierin verlies je alle contact met jezelf en met je eigen behoeftes. Het tegenovergestelde gebeurt in geïsoleerdheid; je hebt een sterk gevoel over je eigen behoeftes ten koste van de relatie met de ander. Je bent de enige kapitein op je eigen schip en geeft het stuur niet uit handen. In de verloren/ gedissocieerde staat van zijn ben je een drijvend schip zonder koers. Je dobbert. Het gevoel van ik is minimaal en hetzelfde geldt voor het gevoel van jij of wij.

Waarom is autonomie nu zo belangrijk?

We zijn biologisch ingesteld op verbinding. Of zoals Sue Johnson het zo mooi verwoord; ‘we are wired for connection’. Dat wil zeggen dat ons hele zijn afgestemd is op verbinding. Als we geen fysiek contact hebben, krijgen we huidhonger. Als we geen emotioneel contact voelen, worden we depressief. Zonder verbinding verliezen we het contact met onszelf, met de wereld. En uiteindelijk verliezen we het contact met het leven. Zeker in deze huidige tijd, ligt het gebrek aan verbinding op de loer. Ik moet daarbij denken aan een uitspraak van de Dalai Lama. Hij zegt over onze huidige, westerse samenleving: ‘ze leven alsof ze nooit doodgaan en als ze doodgaan, hebben ze niet geleefd’. Ze zijn wij. We zijn zó druk en haastig, leven achter en via schermen en worden opgeslokt door hectiek, dat er nauwelijks tijd overblijft voor echte aanwezigheid bij onszelf en de ander. De keerzijde van ons individualistische tijdperk.

Wat kun je doen om jouw autonomie te vergroten?

Hoewel er in de afgelopen 30 jaar voor mij veel veranderd is tussen onafhankelijk zijn en me autonoom voelen, ging dat proces niet zonder horten op stoten. Het belangrijkste was en is nog steeds, dat ik en wij veel geïnvesteerd hebben in het stuk verbonden voelen. Dit geldt overigens niet alleen in de intieme relatie maar op eigenlijk alle gebieden; familie, werk, opvoeding en vriendschappen. En eerlijk is eerlijk: het is en blijft aandacht vragen. Om je voor te stellen hoe het is, vraag ik je in de huid van de adolescent te kruipen: het uittesten van grenzen, de behoefte hebben om een eigen mening te verkondigen, risico durven nemen maar ook nodig hebben. Het zijn allemaal elementen die wenselijk zijn om jouw autonomie te vergroten.

Verbondenheid heeft grenzen nodig

Grenzen bewaken

Bovenstaande quote is mogelijk wel het belangrijkste ingrediënt ten aanzien van jouw autonomie. Zonder grenzen zijn we een bodemloze put. En je weet wat er gebeurt met een bodemloze put? Daar wordt troep in gegooid. Echter in de relationele werkelijkheid pakt dit destructief uit. We zullen ons beschermen tegen deze troep en uiteindelijk worden we boos en sluiten we ons af.

Grenzen zorgen ervoor dat we trouw blijven aan onszelf. Dat we in contact zijn met wat we nodig hebben en daar helder ver communiceren. En als in relaties onze grenzen worden geaccepteerd, ontstaat veiligheid en vertrouwen. Een goede voedingsbodem voor verbinding. Realiseer je dat als je ‘nee’ kunt zeggen, jouw ‘ja’ echt van jou is.

Daag je overtuigingen en aannames uit

Je gedachten zijn zowel je kracht als dat ze je vijand kunnen zijn. Als je onnauwkeurige conclusies over jezelf trekt – op basis van iets dat je ooit over jezelf bent gaan geloven – kun je daarmee je eigen barriëres opwerpen. Het kan zijn dat je gelooft dat als je je uitspreekt, je jezelf ongeliefd maakt. Of misschien denk je wel dat als je een keer ‘nee’ zegt, mensen je onaardig vinden. Kortom:  als je iets over jezelf gelooft, hoeft het nog niet waar te zijn. Onze overtuigingen kunnen ons tegenhouden een autonoom, vrij leven te leiden.  In sessies met clienten besteed ik aanzienlijk veel tijd aan het onder de aandacht brengen van overtuigingen die weinig functioneel meer zijn. Ben je niet goed genoeg? Hoe weet je dat? Als je vaker voor jezelf kiest, is dat dan egoïstisch? Hoezo? Het bijzondere ervan is dat als ik de client het perspectief van een ander in laat nemen, ze aanzienlijk milder zijn. Dus als vriendin, dochter, vader of collega gunnen we onszelf minder strenge overtuigingen. Dat geeft toch stof tot nadenken, nietwaar?!

Maak keuzes die van jou zijn

Als je bovenstaand tot je hebt laten inwerken, zul je je kunnen voorstellen dat als je overtuigingen wijzigen, het ook makkelijker is om keuzes te maken die daarbij passen. Zonder je schuldig te hoeven voelen, kun je verantwoordelijkheid nemen voor deze keuzes. En hoe steviger de keuzes gegrondvest zijn, des te makkelijker er eigenaar van te blijven. Ook als de keuzes uiteindelijk niet datgene brengen wat je ervan gehoopt had. In een autonoom leven is namelijk teleurstelling iets wat je nog zelden zult ervaren: daarentegen is elke keuze een ervaring en elke uitkomst iets welke je kunt bijschrijven in je ervaringsleer. Lees meer

Kom voor jezelf op

Om tegemoet te komen aan je eigen behoeftes, is het belangrijk dat je in staat bent voor jezelf te staan. Dit haakt aan op ‘nee’ kunnen zeggen maar behelst nog meer: voor jezelf opkomen betekent dat je ook soort van risico durft te nemen in relatie met een ander. Het betekent dat je jezelf laat zien, laat horen, dat je initiatief neemt en dat je het vertrouwen hebt dat als je ruimte inneemt, je deze ruimte waard bent. Voor jezelf opkomen is persoonlijke ruimte innemen. Dat is eigenlijk de tendens van de hedendaagse tijd. Vroeger, laten we zeggen, vijftig jaar geleden was persoonlijke ruimte innemen, niet eens in het bewustzijn van mensen. Het grotere geheel was anders gerangschikt. In 2020 mogen we voor onszelf opkomen. Mogen we onze autonomie leven. Mogen we vertrouwen op onze eigenheid. Mogen we autonoom zijn. In verbinding.

Hoe schuldig voel jij je?

Hoe schuldig voel jij je?

over de zin en onzin van schuldgevoel

Schuldgevoel is een lastige emotie. Het kan je belasten met zelfbeschuldiging, je zelfgevoel beschadigen, je relaties uithollen, angst of wrok oproepen. Volgens cognitieve theoretici is het een gevolg van gedachten rondom je feitelijke of waargenomen ongewenste gedrag, gedrag waarvan je denkt dat het schade heeft toegebracht aan iemand anders, of zelfs aan jezelf, kwaadaardig of onbedoeld. Het wordt gegenereerd door zelfbeschuldigingen over wat je mogelijk hebt gedaan – of had moeten doen. Of juist wat je hebt nagelaten. Het wordt veelal veroorzaakt door echte, feitelijke gebeurtenissen, maar kan ook gebaseerd zijn op aannames. Een bekend voorbeeld hiervan is dat kinderen zich schuldig kunnen voelen door de scheiding van hun ouders.

Het doel van schuld voelen

Zoals vele emoties speelt schuld een evolutionaire rol. De emotie heeft als primaire doel om ons te leren over de sociale en culturele normen van onze groep. Het is in wezen een waarschuwing dat je iets hebt gedaan dat een sociale code heeft overtreden. Het geeft je de kans om te corrigeren wat je hebt gedaan, ervan te leren en verder te gaan, wijzer en bewuster.

Schuldgevoel is wordt door bijna iedereen weleens ervaren. Studies laten zien dat we ons gemiddeld drie uur per maand schuldig kunnen voelen. Het kan jaren en zelfs decennia rond hetzelfde thema bestaan. Soms wordt het intergenerationeel overgedragen; van ouder naar kind en verder. Hoewel schuldgevoel dient ter zelfregulering – het waarschuwt je wanneer je iets hebt gedaan of op het punt staat iets te doen dat jouw eigen persoonlijke of ccollectieve normen schendt – wanneer je niet leert om schuld te beheren en er effectief mee om te gaan, wordt het problematisch.

Wanneer krijg je er last van?

En als schuldgevoel ons in de greep krijgt, is het problematisch in de zin dat het ons functioneren belemmert. Ga maar na hoe dat er uit kan zien: iemand voelt zich schuldig —- doet pogingen het goed te maken —- het wordt niet ontvangen zoals gehoopt (sterker: verwijten blijven bestaan) — schuldgevoel neemt toe — persoon doet nog meer zijn best — ander herkent zijn/haar best doen niet als poging schuld in te lossen En voor je het weet houd je elkaar gevangen in destructief patroon.

Afhankelijk van hoe mensen in elkaar zitten, heeft schuldgevoel een andere plek. Degenen die behoorlijk intuïtief zijn, zijn bijvoorbeeld geneigd zich gemakkelijker en over de kleinste dingen schuldig te voelen. Ze hebben de neiging hun gevoelens te internaliseren terwijl ze proberen iets goed te maken. De perfectionisten onder ons zullen zich daarentegen vaak schuldig voelen – niet alleen over scheldwoorden die ze misschien tegen anderen hebben gepleegd, maar in de zin dat ze ook niet aan hun eigen verwachtingen voldoen. Idealisten kunnen ondertussen worstelen met schuldgevoel omdat ze gedreven zijn om voortdurend te streven naar dingen goed te maken, wat betekent dat ze ook verantwoordelijkheid kunnen nemen voor dingen die niet hun eigen schuld zijn. Voor anderen is schuld op een andere manier problematisch. Voor degenen die moeizaam in contact staan ​​met hun emoties, kan het moeilijk zijn om verantwoordelijkheid te nemen voor fouten en worden fouten genegeerd of gebagatelliseerd. Excuses worden onnodig geacht. Voor anderen kan schuldgevoel nog te confronterend zijn en ze kunnen ervoor kiezen in plaats daarvan schuld te ontkennen en zelfs hun toevlucht nemen tot het slachtoffer de schuld geven om hun bewustzijn (lees: hechtingsangst) te kalmeren. Als we defensief zijn, een laag zelfbeeld hebben of een ietwat narcistisch zijn, kan schuldgevoel – in plaats van verdriet of spijt teweeg te brengen – gevoelens van woede, minachting en agressie opwekken.

De gevolgen

Schuldgevoel heeft evolutionair een functie. Het stond in dienst van de gemeenschap. Het was de emotionele corrigerende tik die de groepsnorm in stand hield. Het was een mechanisme in de strijd om de overleving. Inmiddels heeft schuldgevoel voornamelijk psychologische implicaties en is het een gevoel wat ons welbevinden in de weg staat. Externe krachten kunnen ongepaste schuldgevoelens teweeg brengen. Dat wil zeggen schuldgevoelens over dingen waar je je eigenlijk niet schuldig over zou hoeven voelen. Stereotypen, geïdealiseerde opvattingen en de verwachtingen van anderen kunnen onnodig schuldgevoelens veroorzaken, veelal rond kwesties als opvoeding of onze bereidheid om altijd prioriteit te geven aan de bevrediging van de behoeften en wensen van anderen boven het nastreven van onze eigen behoeften en wensen. Wanneer we druk van anderen voelen om dingen anders te doen, anders te zijn, verschillende dingen willen, kunnen we een schuldgevoel voelen, zelfs wanneer die druk in strijd is met wat we weten dat het beste voor ons is en zelfs met onze waarden en overtuigingen. Andere soorten ‘misplaatste’ schuld zijn overlevingsschuld (wanneer je een kritieke gebeurtenis hebt overleefd waarin anderen zijn omgekomen), scheidingsschuld (vaak ervaren door ouders, vooral moeders), ontrouwschuld (wanneer je je eigen doelen en dromen nastreeft en dit betekent dat je tegen de voorkeur van vrienden of familie ingaat) en successchuld (als we het beter doen dan belangrijke anderen en ons daar slecht door voelen). Er zijn natuurlijk ook schuldgevoelens die anderen ons kunnen toebrengen in een poging ons te beheersen of te manipuleren om te doen wat zij willen dat we doen. Dit soort druk en ervaringen en het schuldgevoel dat ze kunnen veroorzaken, kunnen aanzienlijke gevolgen hebben voor je zelfrespect en je zelfgevoel, waardoor je vermogen om authentiek te leven in gevaar komt. Ze kunnen ook een invloed hebben op uw gezondheid en welzijn in zowel fysiologische als psychologische zin.

Schuldeffecten

Schuld heeft reële en tastbare gevolgen voor onze psychologische en emotionele gezondheid wanneer we niet in staat zijn om deze effectief te beheren. Zich schuldig voelen creëert meestal een niveau van stress dat stresshormonen zoals cortisol in ons lichaam afgeeft, wat op zijn beurt hoofdpijn en rugpijn, schouderspanning en dergelijke kan veroorzaken. Het kan ook bijdragen aan hart- en vaatziekten en maag-darm en lever aandoeningen en na verloop van tijd een negatieve invloed hebben op het immuunsysteem. In termen van uw psychisch welzijn, levert schuld een belangrijke bijdrage aan zowel depressie als angst en kan grote en langdurige gevolgen hebben voor uw vermogen om relaties met anderen aan te gaan en te onderhouden. Overmatige schuld kan ook leiden tot gevolgen zoals zelfstraf in de vorm van middelenmisbruik, zelfbeschadiging en zelfs zelfmoord. Genoeg redenen om jezelf te ontdoen van schuldgevoel.

Als het makkelijk was geweest, hadden we het allang gedaan.

Hoe kom je er vanaf?

In essentie bestaat schuld uit twee delen:

  • neem verantwoordelijkheid voor datgene wat je hebt te herstellen;
  • wees mild en vergeef jezelf
Verantwoordelijkheid nemen

Verantwoordelijkheid nemen is mijns inziens de meest krachtige manier om regie te hebben over je leven. Het helpt je in het vinden van emotionele balans en het brengt rust. Van daaruit ben je in staat heldere keuzes te maken die deze verantwoordelijkheid nog eens dragen. Hoe neem je verantwoordelijkheid? In de eerste plaats gaat het wat mij betreft over jezelf eerlijk in de ogen kijken. Had ik het anders kunnen doen? Uit welke intentie heb ik gehandeld? Vraagt mijn gedrag om excuses en spijtbetuiging? Zo ja, kan ik het goedmaken? Verantwoordelijkheid nemen is zowel emotioneel herstellend voor de ander als voor jezelf.

In relatietherapie heb ik de nodige relaties opnieuw zien verbinden door verantwoordelijkheid te nemen. Het creëert ruimte om te openen. Vanuit deze openheid is contact mogelijk en uiteindelijk ligt daar de mogelijkheid om hernieuwd vertrouwen op te bouwen. In vertrouwen heeft schuldgevoel geen schijn van kans.

Jezelf vergeven

Hoewel een oprechte verontschuldiging de meest zuivere manier is om iemand tegemoet te komen die je hebt gekwetst, is het geen garantie voor vergeving; noch biedt het garanties dat een relatie continueert. Als we niet het gewenste uitkomst krijgen – namelijk vergeving door de persoon die we onrecht hebben aangedaan – kan schuldgevoel aanhouden en zelfs nog toenemen. In dit geval is vergeving van jezelf onontbeerlijk.

Met of zonder de vergeving van anderen, het is van belang dat we ook onszelf kunnen vergeven. Dat is eigenlijk de enige weg om écht verder te kunnen en het schuldgevoel plaats te laten maken voor innerlijke rust. Jezelf vergeven vereist eerlijkheid en uiteindelijk, zelfacceptatie. Het is een lastig proces en kan soms – onbedoeld – worden gezien als een poging om jezelf te verontschuldigen.

Wanneer je probeert tot zelfvergeving te komen, accepteer je niet alleen de verantwoordelijkheid voor je gedrag, maar erken je ook de psychologische en emotionele gevolgen van je gedrag voor een ander. Als je dit proces met eerlijkheid en openheid doorloopt, kom je op het punt van zelfvergeving komen; je erkent wat je hebt gedaan of nagelaten, ziet onder ogen wat het heeft betekent voor de ander. Je accepteert de verantwoordelijkheid die je hebt en van daaruit kun je nieuwe keuzes maken. Bijvoorbeeld er alles aan doen om te zorgen dat het niet meer gebeurt. Op deze manier is schuldgevoel een motivator voor verandering en bewustzijn.