Waarom altijd sterk zijn uiteindelijk een last wordt
We hebben als samenleving een deugd gemaakt van iets dat vanbinnen vaak iets heel anders is dan wat het aan de buitenkant lijkt. Het zit zelfs in ons dagelijkse taalgebruik. Als iemand in rouw is, wensen we sterkte. Als iemand door een moeilijke periode gaat, zeggen we houd je sterk. Als iemand iets zwaars moet verwerken, komt er een kaart met sterkte toegewenst.
Denk daar eens over na. Houd je sterk. Het is een klein zinnetje. Maar er zit een hele cultuur in van wat we bij pijn van elkaar vragen. Houd stand. Maak het af. Ga niet onderuit. Laat het niet te veel van je vragen.
Een heel volk dat elkaar bij verdriet de opdracht geeft om niet in te storten. En het is zo normaal geworden dat niemand het hoort.
Kracht vanuit rust is iets anders dan sterk zijn als overlevingsstrategie
Ik wil het niet groter maken dan het is. Er zijn mensen die kracht dragen vanuit werkelijke rust. Bij hen is de stabiliteit geen bouwwerk dat overeind gehouden moet worden. Ze ademt gewoon. Ik ken ze. Ze krijgen zelden in de voetbalkantine te horen hoe dapper ze zijn, omdat hun kracht zich niet als prestatie voordoet.
De meeste vrouwen die ik ken met het label sterk, dragen iets anders. Ze dragen een lichaam dat al jaren op hoogspanning staat en geleerd heeft te doen alsof niemand het merkt. Ze dragen een meisje dat lang geleden besloot: dan doe ik het zelf wel. Ze dragen de schijn dat alles onder controle is, omdat de alternatieven ooit niet veilig waren.
En wij, de mensen om hen heen, bevestigen dat patroon met elke bewondering.
Waarom het compliment ‘wat ben jij sterk’ eigenlijk een opdracht is
Want wat zeggen we eigenlijk als we iemand sterk noemen? We zeggen: fijn dat jij het allemaal draagt. Fijn dat ik niet hoef te vragen hoe je er echt bij zit. Fijn dat ik kan blijven leunen, kan blijven doorwerken, kan blijven denken dat het geen zorg nodig heeft.
Het compliment is een opdracht. En het werkt.
Wat wij kracht noemen, is soms een kind dat te vroeg heeft geleerd om niets te vragen.
Hoe sterk zijn een identiteit werd: mijn eigen verhaal
Ik ken dit van heel dichtbij. Mijn moeder overleed toen ik nog heel jong was. Maar het sterk-zijn was toen al begonnen, al voor dat verlies. Ik was dat meisje dat feilloos aanvoelde dat ik maar beter na schooltijd mee kon gaan met vriendinnetjes. Dat zich onzichtbaar maakte in een gezin waar veel zorgen huisden. Het duurde ongeveer 2 jaar voordat onze nieuwe buren in de gaten hadden dat er ook een meisje bij dit gezin hoorde. Ik was er altijd op uit.
Er waren ouders van vriendinnetjes die zeiden: als Barbara erbij is, vind ik het goed. Letterlijk. Op een logeerpartij, een uitje, een buitenspeeldag. Een kind dat zo betrouwbaar was dat andere volwassenen hun zorg aan haar overdroegen. En ik droeg die zorg. Graag zelfs. Ik was er trots op.
Mijn vader zei het ook. Niet tegen mij. Tegen anderen. Met trots in zijn stem: Barbara is sterk. En ik hoorde het. En ergens werd dat mijn identiteit. Sterk zijn was hoe ik geliefd werd. Sterk zijn was waar ik iets voor terugkreeg. Sterk zijn was wie ik was.
Ik heb het jarenlang niet als een probleem gezien. Het was een compliment. Het voelde als waarheid.
Sterk zijn was geen karakter, het was een plan
Als ik er nu op terugkijk, voel ik er alleen nog verdriet bij. Om dat kleine meisje dat te vroeg de taal van de volwassenen sprak. Dat te goed wist wat anderen wilden horen. Dat leerde dat haar waarde zat in wat ze droeg. Dat haar boosheid om diep gemis niet kon laten zien en dat het eruit kwam als gezondheidsproblemen.
Het heeft me lang gekost om te zien dat sterk zijn toen niet iets was waarmee ik ben geboren. Het was een plan. Een heel intelligent plan, van een meisje dat op die manier de ruimte waarin ze leefde hanteerbaar hield. Het heeft me erdoorheen gebracht. En het heeft me daarna jaren in de weg gezeten.
Het patroon dat ik bij zo veel vrouwen terugzie
Ik vertel dit omdat ik het bij zo veel vrouwen terugzie. Niet per se omdat ze iets groots hebben meegemaakt. Soms iets dat in geen enkel verhaal zou passen. Een moeder die aanwezig was en tegelijk ergens anders. Een vader die niet kon voelen. Een broertje dat meer aandacht nodig had. Een huis waarin voor bepaalde emoties geen ruimte was. En een omgeving die hen beloonde voor hun vermogen om te dragen.
Hun lichaam heeft geleerd de rust te dragen voor anderen. Zo is het gegaan. En wij klappen ervoor. Tot op de dag van vandaag. Met elk compliment, met elke wens om sterkte in een moeilijke tijd, met elke bewondering voor een vrouw die het allemaal voor elkaar heeft.
Als het lichaam gaat zeggen wat de mond niet kan
De vrouw die gisteren tegenover me zat, vertelde dat ze al drie weken ’s nachts wakker ligt. Niet omdat er iets concreets is. Niet omdat er iets misgaat. Ze heeft een goed huwelijk, gezonde kinderen, een baan die loopt. En toch begint haar lichaam iets te doen dat haar dwingt stil te staan bij iets dat ze jaren heeft weggelegd.
“Ik begrijp niet wat er is,” zei ze. “Ik heb eigenlijk alles.”
Ik weet wat er is. En zij weet het ergens zelf ook. Er is geen acute situatie nodig om een lichaam te laten zeggen: nu genoeg. Soms is het doorgaan op zich de calamiteit. Alleen heeft niemand dat geleerd te zien. Niet zijzelf, niet de mensen om haar heen. Omdat iedereen haar kracht zo prettig vond.
Anders leren kijken naar de vrouwen die nooit wankelen
We zouden anders moeten gaan kijken. Juist naar degenen die nooit wankelen. Daar zit vaker een verhaal dat nog nooit taal heeft gekregen.
Bewondering voor onvermoeibaarheid is in veel gevallen geen eer. Het is een vraag om stil te blijven.
De vrouwen die ik in mijn praktijk zie, zijn niet op zoek naar applaus. Ze zijn op zoek naar één mens die durft te vragen wat het kost. Die durft te horen dat het antwoord misschien niet mooi is. Die blijft zitten als het eerlijke verhaal moeilijker is dan het bewonderde verhaal.
Wat kracht werkelijk is, verdient een ander compliment. Voor de vrouw die eindelijk durft te zeggen dat ze het niet meer draagt. Die voelt dat dit ooit het plan was van een kind, en dat dat kind nu gezien mag worden.
Led the front-end development of client websites using React, HTML, and Tailwind CSS. Built dynamic interfaces, integrated REST APIs, and improved Core Web Vitals scores across all projects.